Lithografieën

C79-2Naam: Begijnhof Breda
Gedateerd: Nee ( periode 1930-1940 )
Aard: Litho
Gesigneerd: Nee
Afmetingen: 30 x 20 cm

 

 

 

 

Lithografieën of kortweg litho’s genoemd zijn steendrukken. Hierboven ziet u een voorbeeld van een litho van Jan Strube.
Het woord lithografie komt uit het Grieks, waarbij litho staat voor ‘steen’ en grafein voor ‘schrijven’ of ‘tekenen’.
Een litho is dus het tekenen op steen. De uitvinder is de Duitser Alois Senefelder, die eind 18e eeuw deze techniek ontwikkelde om op een betrekkelijk eenvoudige wijze bladmuziek te kunnen vermenigvuldigen. Eigenlijk is het maken van een litho echter niet zo eenvoudig. Allereerst wordt de speciale steen vlak geschuurd. Er mogen geen holle of bolle glooiingen in zitten. Dat op zich is al een heel karwei. Daarna wordt op de steen getekend met een vet soort krijt of met vette inkt, die ook wel ‘tusch’ wordt genoemd. De steen mag tijdens het tekenen niet meer met de hand worden aangeraakt. Het huidvet zou de inktlaag kunnen aantasten en ook zweet en zelfs het kleinste spatje spuug zouden de steen meteen onbruikbaar maken.
Daarna wordt de steen op een speciale manier behandeld zodat de inkt later alleen op het getekende deel hecht. Vervolgens wordt de steen voorzichtig ingerold met inkt en onder de handpers afgedrukt.
Na enkele proefdrukken ontstaat uiteindelijk de tekening zoals de kunstenaar die voor ogen had. Daarna kunnen er – afhankelijk van de grootte en de kwaliteit van de steen – enkele tientallen, soms zelfs honderd afdrukken van gemaakt worden.
Vervolgens kunnen de afgedrukte litho’s al dan niet handmatig door de kunstenaar worden ingekleurd. Het is deze lithotechniek waarmee Jan Strube grote bekendheid heeft verworven bij het grote publiek.